Welk recht is van toepassing bij de verdeling?


Als mediator krijg je zo af en toe te maken met een huwelijk dat in het buitenland is gesloten. Hoe bepaal je welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is?

Om je daarbij te helpen zetten we hierbij de regels onder elkaar:


Huwelijk gesloten na 23 augustus 1977 maar voor 1 september 1992

Zijn partijen tussen 23 augustus 1977 en 1 september 1992 getrouwd dan wordt het toepasselijke recht voor het huwelijksgoederenregime bepaald aan hand van het arrest Chelouche / van Leer.

Het toepasselijk recht wordt bepaald door:


  1. De rechtskeuze van partijen. Als die ontbreekt:

  2. De gemeenschappelijke nationaliteit en als die ontbreekt

  3. Het eerste gezamenlijke huwelijksdomicilie en als ook dat ontbreekt

  4. Het recht van het land waar partijen de nauwste band mee hebben.


Huwelijk gesloten na 1 september 1992 maar vóór 29 januari 2019

Zijn partijen getrouwd na 1 september 1992 maar vóór 29 januari 2019 en hebben zij na de huwelijksdatum geen rechtskeuze uitgebracht dan is het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 van toepassing.


Het toepasselijk recht kan worden bepaald door:

  1. De rechtskeuze in de huwelijkse voorwaarden;

  2. Bij het ontbreken van een rechtskeuze: de eerste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats na trouwen;

  3. Het land waarmee de echtgenoten de nauwste band hebben.


Op punt 2 bestaan echter weer 3 uitzonderingen.

  • Als de echtgenoten een gemeenschappelijke nationaliteit hebben van een nationaliteitsland dat bij het verdrag is aangesloten is het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van toepassing.

  • Als de echtgenoten een gemeenschappelijke nationaliteit hebben van een land dat niet bij het verdrag is aangesloten maar partijen gaan samen wonen in een nationaliteitsland (niet van belang is of dat nationaliteitsland is aangesloten bij het verdrag), dan is het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van toepassing

  • Partijen hebben een gemeenschappelijke nationaliteit maar vestigen zich na het huwelijk niet in hetzelfde land. Alsdan geldt ook het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit is.


Wagonstelsel

In het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 dat in werking trad op 1 september

1992, werd het zogenaamde “wagonstelsel” ingesteld. Dat betekende dat na een verblijf van 10 jaar in Nederland, zonder het uitbrengen van een geldige rechtskeuze, partijen ineens in gemeenschap van goederen waren gehuwd. Als al een rechtskeuze was uitgebracht vóór het huwelijk, dan blijft die en dat recht gelden. Een rechtskeuze die tijdens het huwelijk door de echtgenoten wordt uitgebracht, is van toepassing op hun hele vermogen en werkt als ware terug tot het moment van de huwelijkssluiting.


Als er ná 1 januari 2018 is gekozen voor het sinds dat moment geldende Nederlandse wettelijke regime – de beperkte gemeenschap van goederen – dan wordt dit regime geacht vanaf het moment van de huwelijkssluiting te hebben gegolden. Een stilzwijgende rechtskeuze is niet mogelijk.

Als de rechtskeuze vóór 1 januari 2018 is gemaakt, geldt het oude huwelijksvermogensrecht (dat gold tot 1 januari 2018) en betekent dit dat partijen volledig in gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Dat betekent dat ook erfenissen en schenkingen dan, tenzij er een uitsluitingsclausule is, in de gemeenschap van goederen valt, hetgeen ná 1 januari 2018 niet meer het geval is.

Deze situatie is op partijen in ieder geval van toepassing.


Huwelijk of rechtskeuze op of na 29 januari 2019

Voor huwelijken gesloten op of na 29 januari 2019, of als partijen een rechtskeuze hebben gemaakt op of na die datum geldt de Europese Huwelijksvermogensrechtverordening.


Het toepasselijk recht kan worden bepaald door:

1. de rechtskeuze in de huwelijkse voorwaarden;

2. bij het ontbreken van een rechtskeuze: 1.

  • de eerste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats na trouwen, of bij ontbreken daarvan;

  • de gemeenschappelijke nationaliteit op het moment van trouwen, of bij ontbreken daarvan;

  • het land waarmee de echtgenoten de nauwste band hebben.


De regels van de Europese Huwelijksvermogensrechtverordening worden gevolgd door een groot aantal lidstaten van de Europese Unie.


Voor huwelijken die vallen onder de Europese verordening geldt dat het toepasselijk recht niet automatisch wijzigt. Dit is een verandering ten opzichte van het Haags Huwelijksvermogensverdrag dat een ‘wagonstelsel’ kende.



Heb je vragen? Mail ons: info@mediationmasters.nl